Bezoekers

  • 101Vorige week:
  • 3917Totaal:

Pauze alleen is niet genoeg tegen RSI

Mensen die willen voorkomen dat ze RSI krijgen moeten iets heel anders doen dan telkens even kort stoppen met het werken aan hun computer. In plaats daarvan zouden ze een activiteit moeten ondernemen die sterk afwijkt, bijvoorbeeld sporten tijdens de lunchpauze. Dit concludeert bewegingswetenschapper Janneke Richter in haar proefschrift, waarop zij is gepromoveerd aan het Erasmus MC.

In de literatuur wordt computerwerk onveranderlijk als een grote risicofactor gezien voor het optreden van klachten aan arm, nek en/of schouder (KANS), vroeger ook bekend als RSI. Met speciale registratiesoftware zag Richter, werkzaam bij de afdeling Neurowetenschappen van het Erasmus MC, nauwelijks verschil in spieractiviteit bij mensen wanneer zij hun computer gebruiken (muis en toetsenbord) of wanneer zij korte tijd niet aan hun computer werken maar wel aan hun bureau. Deze spieractiviteit zegt wat over het risico op het ontstaan van KANS. Janneke Richter: “Het bestuderen van computergebruik is dus niet voldoende om het ontstaan van KANS te verklaren. Het lijkt erop dat ander bureauwerk ook risicofactoren bevat voor het ontstaan van KANS.”

In haar onderzoek blijken mensen van nature al veel spontane pauzes te nemen in het werken aan hun computer. Denk bijvoorbeeld aan het halen van een kopje koffie, een kort gesprek met een collega, een telefoongesprek of papierwerk. Regelmatig wordt pauzesoftware ingezet om mensen te dwingen korte pauzes te nemen in hun computerwerk. Richter vond echter dat deze software het werk-pauzepatroon niet noemenswaardig verandert, aangezien men spontaan al regelmatig kort stopt met het werken aan de computer.

Richter vindt het opvallend dat de normale afwisseling tussen computergebruik en bureauwerk niet genoeg variatie blijkt toe te voegen aan de werkdag. Richter: “Wellicht zijn dus extremere maatregelen nodig om meer variatie in de werkdag te introduceren, zoals sporten op het werk.”

Wat is RSI?

Repetitive Strain Injury (RSI) is een verzamelnaam voor allerlei klachten die te maken lijken hebben met het gedurende lange tijd herhaaldelijk uitvoeren van dezelfde, soms kleine, en op zich niet inspannend lijkende bewegingen. Met RSI samenhangende aandoeningen zijn onder andere slijmbeursontsteking, peesschedeontsteking.

Oorzaken kunnen bijvoorbeeld gezocht worden in het gebruik van de computermuis, met als gevolg een probleem als de muisarm, of het spelen met andere computerapparatuur met als gevolg de Game Boy-duim, of (vanaf circa 2001) de SMS-duim. Andere problemen zijn terug te voeren naar bijvoorbeeld het doorschuiven van boodschappen door een cassière, of aandoeningen door het spelen van tennis (tenniselleboog). Intensief gebruik van muis en toetsenbord was in een onderzoek onder 6943 computergebruikers de voornaamste voorspeller van klachten van de onderam, maar die klachten kwamen desondanks in een jaar slechts bij 1,3% voor<ref>Kryger AI, et al. Does computer use pose an occupational hazard for forearm pain; from the NUDATA study. Naast de aard van de bewegingen die men op het werk maakt was er ook een duidelijk hogere kans op dergelijke aandoeningen bij mensen die op het werk meer stress ondervonden en weinig sociale steun hadden op hun werk. Risk factors for neck-shoulder and wrist-hand symptoms in a 5-year follow-up study of 3,990 employees in Denmark. Int Arch Occup Environ Health. 2002 .

Omdat binnen Nederlandse beroepsgroepen weinig overeenstemming te vinden was over welke gezondheidsklachten nu wel of niet onder de noemer “RSI” te plaatsen waren, en ook omdat de term RSI het moeilijk maakte om een diagnose te stellen, of een behandeling voor te schrijven, hebben deze beroepsgroepen afgesproken (vanaf 2004) voor diagnostische- en behandeldoeleinden een 23-tal ziektebeelden te gebruiken die onder de term CANS (Complaints of Arm, Neck and Shoulder) verzameld zijn. Echter, twee jaar later, in 2006, bleek dat de acceptatie van deze term niet zonder problemen was (bron: RSI Patiëntenvereniging) en men de voorkeur gaf aan het gebruik van de term “RSI”, of de internationaal bekende term “muskuloskeletal disorders”.

Over de oorzaak van de gezondheidsproblemen bestaan nog veel onduidelijkheden. Onderzoekers zijn het er vaak nog niet over eens, of kunnen moeilijk een precieze oorzaak aanwijzen. Ondertussen leiden de gevolgen ervan tot kostenposten voor werkgevers of verzekeringsmaatschappijen. Om de kosten naar bedrijf en maatschappij te verminderen zou nog veel onderzoek gedaan kunnen en moeten worden.

Whiplashattributie niet doorslaggevend voor prognose

Het beoordelen van gezondheidsstatistieken is moeilijk voor artsen, patiënten, journalisten en politici. Hierdoor trekken zij soms verkeerde conclusies, zonder dit te beseffen. Dit kan onbedoelde gevolgen hebben voor de behandeling van patiënten. Een in het oog springend actueel voorbeeld van een verkeerde interpretatie van gezondheidsstatistieken is het recente promotieonderzoek van Jan Buitenhuis dat begin juni leidde tot grote media-aandacht. Zo kopte de NRC: ‘Zeg niet “whiplash”, zeg “spierpijn”’. Volgens de onderzoekers toont hun onderzoek aan dat het gebruik van de term whiplash ‘doorslaggevende invloed kan hebben op de prognose’.

De onderzoekers hielden echter geen rekening met de schaal waarop de onafhankelijke variabelen werden gemeten. Hierdoor klopte de door hen gemaakte vergelijking van oddsratios’s (OR’s) niet. Zij concluderen ten onrechte dat de ‘whiplashattributie’ een grotere voorspellende waarde heeft dan de ernst van de fysieke klachten. In dit artikel gaan wij in op het probleem van de verkeerde interpretatie van de statistiek in deze casus. Omdat de genoemde studie niet bij iedereen bekend zal zijn, beschrijven we eerst het onderzoek. Vervolgens geven wij de bredere context, namelijk die van de vertaling van OR’s en gezondheidsrisico’s naar de alledaagse medische praktijk.  Lees verder in het Nederlands Tijschrift voor Geneeskunde…

Openbaarheid verbetert zorgverzekeraars

Het nieuwe zorgstelsel en publicatie van vergelijkende kwaliteitsinformatie gaat in Nederland samen met betere prestaties van de zorgverzekeraars, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL en het Centrum Klantervaring Zorg in BMC Health Services Research.

De zorgverzekeraars zijn het beter gaan doen. Er bestaat minder onduidelijkheid over wanneer consumenten moeten bijbetalen voor de zorg, de bejegening van klanten is verbeterd, de informatie is duidelijker. Verzekerden beoordelen de verzekeraars in het algemeen positiever dan voorheen. Dit blijkt uit een vergelijking van de prestaties van de zorgverzekeraars over de afgelopen vier jaar. Voor de vergelijking gebruikten de onderzoekers de zogenoemde Consumer Quality Index (CQ-index). In een landelijk onderzoek zijn de prestaties van de verzekeraars volgens hun verzekerden naast elkaar gezet. Opmerkelijk is dat de verzekeraars naar elkaar zijn toegegroeid. De onderlinge verschillen zijn kleiner geworden doordat de verzekeraars die voorheen onder gemiddeld presteerden, meer vooruit zijn gegaan dan verzekeraars die al gemiddeld of bovengemiddeld presteerden.

Angst voor reputatieschade
NIVEL-onderzoeker Michelle Hendriks: “De verzekeraars zijn niet naar elkaar toegegroeid doordat verzekerden massaal overstapten. Maar het openbaar publiceren van hun prestaties, op bijvoorbeeld – link -, en de ingevoerde marktwerking lijken genoeg druk te geven voor zorgverzekeraars om hun prestaties op te krikken. Drie mogelijke drijfveren voor zorgverzekeraars zijn de angst om klanten te verliezen, de angst voor reputatieschade, en dat ze uit zichzelf niet slecht willen presteren. Welke van deze drie het belangrijkste is, is niet bekend. Aannemelijk lijkt dat vooral angst voor reputatieschade en de angst om klanten te verliezen een rol spelen.”  lees hier verder…